Waarom lopen er mensen met zaklampen door de wijk?

Wie de komende weken in de schemering of 's nachts iemand met een zaklamp langs woningen ziet lopen, hoeft zich geen zorgen te maken. Ecologen van adviesbureau Ecogroen onderzoeken in opdracht van de gemeente Putten waar vleermuizen in de gemeente leven.

Het onderzoek vindt plaats van 1 augustus tot en met 30 september en is een belangrijke stap in de voorbereiding van een soortenmanagementplan

Met dat plan wil de gemeente beschermde diersoorten, zoals vleermuizen, beter in kaart brengen. Dat maakt het in de toekomst eenvoudiger om woningen te isoleren, te verbouwen of te slopen, terwijl de natuur goed beschermd blijft.

Beschermde dieren
Vleermuizen zijn wettelijk beschermd. Ze gebruiken onder meer spouwmuren, dakranden en kieren in woningen als verblijfplaats en zijn vooral actief in de schemering en tijdens de nacht. Daarom mogen werkzaamheden waarbij hun leefgebied wordt verstoord niet zomaar worden uitgevoerd. Door nu onderzoek te doen, krijgt de gemeente inzicht in de plekken waar vleermuizen voorkomen en welke maatregelen nodig zijn om de dieren te beschermen. Denk bijvoorbeeld aan het aanpassen van de planning van werkzaamheden of het creëren van alternatieve verblijfplaatsen.

Onderzoekers in de avonduren
Omdat vleermuizen pas na zonsondergang actief worden, zijn de onderzoekers vooral 's avonds laat, 's nachts en in de vroege ochtend op pad. Ze controleren gevels en andere mogelijke verblijfplaatsen met zaklampen en gebruiken een zogenoemde batdetector. Met dit apparaat kunnen de voor mensen onhoorbare geluiden van vleermuizen worden waargenomen. Alle waarnemingen worden direct digitaal vastgelegd.

De ecologen verplaatsen zich per fiets en zijn herkenbaar aan een blauw veiligheidshesje met het logo van Ecogroen. Zij blijven op de openbare weg en betreden geen tuinen of opritten. Op verzoek kunnen zij zich legitimeren met een brief van de gemeente. Ook is de politie vooraf op de hoogte gebracht van de werkzaamheden.

Minder onderzoek bij verbouwingen
Het uiteindelijke soortenmanagementplan moet ervoor zorgen dat niet voor iedere afzonderlijke verbouwing of verduurzamingsmaatregel opnieuw uitgebreid flora- en faunaonderzoek hoeft plaats te vinden. Dat bespaart tijd bij vergunningprocedures en biedt tegelijkertijd een goede bescherming voor vleermuizen en andere beschermde diersoorten.

Na de inventarisatie van deze zomer wordt het onderzoek vanaf april 2027 voortgezet.