Jim van den Hoorn gaat zich ook de komende vier jaar weer inzetten als wethouder voor de gemeente Putten. Dit wordt zijn tweede periode.
“Deze portefeuille viel vrij door het vertrek van Sander van Nieuwenhuizen en we wilden de portefeuilles evenredig verdelen. Ik heb hiervoor bewust mijn vinger opgestoken. De afgelopen vier jaar heb ik alles rondom het sociaal domein gedaan en ik wilde graag wat verbreden. Dit wordt een flinke uitdaging waar ik niet voor wegloop. We gaan aan de slag met de ondertunneling van de Nijkerkerstraat. Hiervoor voeren we gesprekken met ProRail en de provincie”, legt Van den Hoorn uit. “Ook met de Engweg moeten we deze periode aan de slag.”Nieuw in de portefeuille van wethouder Van den Hoorn is het mobiliteitsbeleid met daarbij het project zuidelijke ontsluitingsweg
Sociaal domein
Volgens de wethouder hebben jongeren de afgelopen jaren veel te verduren gehad. “Door de sociale media is er een apart tijdsbeeld ontstaan. Het brengt vluchtige contacten met zich mee en daardoor ligt eenzaamheid op de loer. Ook hebben ze een flinke klap gekregen rondom de coronaperiode. De prestatiedruk is groot in onze samenleving en ouders leggen, bewust of onbewust, druk op de kinderen. We moeten meer naast de jongeren gaan staan en het gesprek met hen voeren.”
“We gaan de komende tijd een visie schrijven voor jeugd en gezinnen, met de focus op kinderen en jonge mensen van -9 maanden tot 27 jaar. Hiervoor werken we samen met artsen, consultatiebureaus, scholen, Putten voor Elkaar, maar we willen ouders hier ook in betrekken. Met deze visie willen we een bredere sociale basis creëren en daarmee voorkomen dat kinderen (onnodig) gediagnosticeerd worden.” Ook pleit Van den Hoorn voor een scherpere afbakening van de Jeugdwet. “Niet alles hoeft onder jeugdhulp te vallen. Soms hoort vallen en opstaan gewoon bij het leven. De wereld is niet maakbaar. We moeten onderscheid maken tussen normale opvoedvragen en specialistische zorg.”
Van den Hoorn vervolgt: “Het jeugdhulpstelsel is onhoudbaar. Gemeenten kunnen de kosten van zware jeugdzorg niet alleen dragen. Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg in 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering. Die overheveling zou goedkoper en efficiënter zijn, maar dat is in de praktijk niet uitgekomen. We voeren hierover gesprekken, zowel op landelijk als lokaal niveau. Het Rijk moet nu echt knopen doorhakken en zorgen voor passende financiering en duidelijke kaders.”
“Verder kiezen we voor het versterken van de sociale basis en zetten in op preventie met onze wijk- en opbouwwerkers. Zij helpen niet alleen inwoners met hulpvragen, maar stimuleren ook ontmoeting in buurten. Als mensen elkaar kennen en groeten, wordt de stap om hulp te vragen veel kleiner. En soms hebben inwoners de overheid nodig om een stukje op weg geholpen te worden.” Volgens Van den Hoorn levert investeren in preventie niet direct financiële voordelen op. “De kosten gaan voor de baten uit. Pas op langere termijn zie je het effect.”
Onderwijs
Ook het onderwijs vraagt de aandacht van wethouder Van den Hoorn. ”De druk op het leerlingenvervoer is groot. Regionaal worden achthonderd kinderen vervoerd. Hier worden 150 unieke adressen voor afgereden. We gaan samen met scholen werken aan inclusiever onderwijs, zodat meer kinderen met een lichte ondersteuningsvraag binnen het reguliere onderwijs kunnen blijven. Uiteraard is soms een school buiten Putten beter. Maar we gaan de komende jaren toch kijken of we iets kunnen realiseren.”
Over vier jaar
Over vier jaar hoopt Van den hoorn dat er meer duidelijk is over de ligging van het eerste deel van de zuidelijke ontsluitingsweg. “Er zal nog geen asfalt liggen, maar ik hoop dat de onderzoeken dan zijn afgerond en misschien ligt er dan al een uitvoeringsplan. Tevens hoop ik ook dat de eerste bewoners woonachtig zijn in Halvinkhuizen.”
“Voor het sociale domein gaan we de eerste effecten zien van de preventievisie”, aldus Van den Hoorn. “De nieuwbouw van de Ichthusschool is klaar en ik hoop weer wat verder te zijn met de verhuizing van De Pelikaan. Ook voor de Fontein moet duidelijk zijn wat er gaat gebeuren.”
“De nieuwe sporthal valt nu niet meer onder mijn portefeuille, maar ik heb de afgelopen jaren hiervoor veel voorbereidingen getroffen en gesprekken gevoerd met sportverenigingen en het sportonderwijs. Ik vind het een mooi vooruitzicht dat daar over vier jaar gesport kan worden.”